Deel II: Wat Betekent de PSD2 Voor Webshops?

Vanaf 14 september moeten alle webwinkels in Nederland betalen verwerken volgens de nieuwe PSD2-richtlijnen. Deze richtlijnen, ingevoerd van de EU, moeten de online betaalmarkt in Europa veiliger en competitiever maken. Wat betekenen deze nieuwe richtlijnen voor webshops?

Zoals je in Deel I van dit blog hebt kunnen lezen, is de PSD2 een herziene versie van de in 2009 ingevoerde PSD1, met als uitgangspunt meer veiligheid voor de consument (er komt verplichte tweestapverificatie bij betalingen) en meer toegang voor andere, innovatieve betalingsverwerkers.

Voor webshops houdt dat in dat consumenten bij het afrekenen op twee verschillende manieren moeten aantonen dat zij daadwerkelijk de rekening- of pashouder in kwestie zijn. Dat geldt overigens alleen voor onlinebetalingen boven de 30 euro.

Als er sprake is van een vaste klant, is de verificatie alleen de eerste keer nodig en betrouwbare webshops kunnen een bepaalde status krijgen waardoor zij wordt ontheven van het verificatieproces. Hiervoor moeten webshops wel een aantoonbaar laag risico op mogelijke fraude hebben.

Voor veel webshops in Nederland is er niet veel aan de hand: wie via iDeal koopt, moet al op twee manieren aantonen dat hij of zij daadwerkelijk zichzelf is. Het is vooral de consument die geraakt wordt door de PSD2, met name als zij bij buitenlandse websites kopen. Zij moeten tweemaal aantonen dat zij zijn wie ze claimen te zijn.

Wat Zijn de Bezwaren Tegen de PSD2?

Ondernemers vrezen dat de extra stap in het verificatieproces ervoor kan zorgen dat consumenten tussentijds het bestelproces afbreken, wat op termijn een verlies aan omzet kan betekenen. Consumenten zijn namelijk niet goed geïnformeerd over de invoering en de betekenis van de nieuwe richtlijnen, en vragen naar extra informatie kan wantrouwen aanwakkeren.

Maar ook webshops zijn niet goed op de hoogte van wat ze te wachten staat. De informatievoorziening vanuit de EU over de PSD2 laat te wensen over en brancheorganisatie Thuiswinkel.org vroeg al met succes uitstel van handhaving aan om webshops meer tijd te geven zich voor te bereiden.

Een derde argument tegen de nieuwe richtlijnen is het gebrek aan eenheid binnen de Europese e-commercesector. Hoewel de richtlijnen voor iedereen gaan gelden, is ieder land via de nationale autoriteit verantwoordelijk voor de handhaving. Ook krijgen sommige landen meer tijd om hun e-commercesector voor te bereiden op de nieuwe richtlijnen, waardoor er een oneerlijk speelveld kan ontstaan. Voor consumenten, webshophouders en de nationale en Europese autoriteiten lijkt er een spannende tijd aan te breken.